Ik zou zo graag
de tuimelende herinneringen
de wemelende gedachten
in ons vormpje gieten
Maar de spinselende hersenen
trekken zich niets van me aan
wanneer ik mijn mond open
is daar enkel
een zuchtje lucht
Ik zou zo graag
al die belevenissen met jou
uitstrooien als zaadjes in de grond
zodat, wanneer ze ontkiemen
ze beschut staan
binnen de haag van mijn koestering
Dus leid ik ze zacht
De spinsels
Gedachten
Souvenirs van onze wandel samen
Geduldig laat ik ze buiten
Sturend op het ritme van mijn adem
tot het kleurrijke woorden zijn
Zwart op wit op blad
Ze geven ons vorm
