Altijd samen genieten van reizen. Wat langer en wat verder weg. Wat korter en dichtbij. Genieten van lekker eten, van nieuwe vrienden ontmoeten. Genieten van de kleine dingen onderweg en de bijzondere bezienswaardigheden waar ze zich al vaker op verheugden.
En nagenieten. Dat nagenieten deden ze samen ook. Dan droomden ze weer even weg bij die indrukwekkende waterval, dat gekke voorval of die fijne mensen waar ze zulke mooie gesprekken mee hadden gevoerd.
Tot het reizen niet meer ging. Eerst was er nog een vakantie in Duitsland maar daar werd hij erg ziek en met spoed opgenomen in het ziekenhuis. Daarna waren het enkel dagtripjes. Als dat ging. Dag voor dag bekeken ze het.
Gelukkig waren daar nog steeds die terugkijkmomenten. Dat hebben we maar mooi gedaan, dat pakt niemand ons nog af. En zo is dat.
Vandaag gaat ze alleen. Dat was haar plan. “Ik ga zelf reizen, ik wil nog veel zien en meemaken.” En dat is alleen maar lovenswaardig.
Ze mist hem als hij in de bus stapt. En het is best spannend. Maar dan is daar een chauffeuse die zich direct lief en enthousiast over haar ontfermt. Alleen de dochter, die haar naar de bus bracht, pinkt nog een traantje weg. Of meer. Die dochter, dat ben ik.
Wat ben ik trots op mijn stoere mam.
