Jij, grillige rouw
je besluipt me
wanneer ik je het minst verwacht
je ligt naast me in bed
houdt me fluisterend uit mijn slaap
Jij, zachtaardige rouw
neemt mijn hand
en wandelt met me langs mijn pad van melancholie
Je wijst en laat me mijn blik rusten op lang verloren momenten
Soms pak je mijn hand en draai je me in het rond
tot ik duizelig val in de zacht opgeschudde kussens van het herbeleven
Beste rouw,
We zijn nu al een tijdje samen
en ik moet je vertellen
soms verveel je me
irriteer je me omdat je niets verandert
aan het waarom van ons samenzijn
Maar altijd, vlak voor ik de deur voor je openzet en je wil vragen te vertrekken
omarm je me met armen vol aandenken
en ervaar ik weer de zoete pijn van wat niet terugkeert
toch voor altijd bij me blijft
Rouw, je kwam uit liefde
